Zoeken

Photoshop 101: zo kies je de juiste instellingen

Een van de moeilijkste dingen wanneer je een nieuw bestand aanmaakt, is het kiezen van de juiste instellingen en het exporteren met de juiste instellingen. Vaak heb ik urenlang aan iets gewerkt zonder door te hebben dat het bestand op een lage resolutie stond en ik het niet meer terug kon draaien. In deze blog benoem ik een paar simpele, maar belangrijke instellingen die je leven kunnen redden.


1. Resolutie

Een van de  belangrijkste instellingen is Resolutie. Als je deze niet goed instelt, kan je bestand er vreselijk uit komen te zien en dat wil je natuurlijk vermijden. Resolutie heeft simpel gezegd te maken met pixels. Misschien heb je wel eens de afkorting ‘dpi’ langs zien komen. Dit staat voor ‘Dots per Inch’ of in het Nederlands: ‘punt per duim’. Hoe hoger de dpi, hoe meer punten er zijn en hoe minder pixelig je bestand is.

Als je een nieuw bestand maakt, is het belangrijk om een minimale dpi van 300 te hebben. Meestal heb je met deze instellingen een goed bestand, maar er zijn uitzonderingen. Een heel groot canvas vraagt namelijk om meer dpi.

Wil je zonder problemen een standaard dpi instellen of een dpi voor pixelart, lees dan eens mijn vorige blog: Photoshop 101: Art tips.


2. Kleurmodus


Als je geen verstand hebt van kleurmodus kan het lastig zijn om er eentje te kiezen. Gelukkig zijn de meeste kleurmodi makkelijker te begrijpen dan je denkt:

Grijswaarden: de naam geeft het eigenlijk al weg: dit zijn alleen grijstinten.


RGB-kleur: RGB staat voor Red, Green en Blue. Elke kleur van het RGB is dus een mix tussen deze 3 kleuren. De RGB-kleurmodus gebruik je voor elektronica, zoals bijvoorbeeld je laptopscherm. Als je digitaal iets wil creëren en het alleen digitaal wilt gebruiken, ga dan altijd voor RGB.


CMYK-kleur: CMYK staat voor Cyaan, Magenta, Yellow en Key (dit staat voor zwart). Elke kleur in CMYK is dus een mix tussen deze 4 kleuren. De CMYK-kleurmodus gebruik je als je van plan bent om je werk uit te printen of het te laten drukken. Misschien is het je het ooit al opgevallen toen je een afbeelding uitprintte, dat deze niet altijd dezelfde kleuren heeft. Dit komt omdat de meeste printers niet elke kleur kunnen drukken. De CMYK-kleurmodus geeft je dus alleen kleuren die de meeste printers wel kunnen drukken.


Lab-kleur: dit is een wat lastigere om te begrijpen. LAB heeft 3 letters die belangrijk zijn om deze modus te begrijpen. De ‘L’ gaat over de kleuren tussen zwart en wit. De ‘A’ gaat over de kleuren tussen groen en rood. De ‘B’ gaat over de kleuren tussen blauw en geel. Elke kleur van de LAB-kleur modus is dus een mix tussen deze drie dingen. LAB-kleur is speciaal ontwikkeld voor het menselijk oog. Veel mensen vinden ook dat de LAB-kleurmodus er helderder uitziet dan RGB en CMYK.


3. Formaat

Formaat is net als de resolutie een heel belangrijk puntje waarop je moet letten. Natuurlijk kun je altijd je canvasgrootte veranderen zodra je bezig bent (klik op ‘Afbeelding > Canvasgrootte’), maar het is handiger als je niet begint met een veel kleiner formaat dan je nodig hebt.

Photoshop heeft een aantal handige standaard formaten voor je klaarstaan zoals een A4’tje, het formaat van een standaard beeldscherm, een Iphone X en een bijvoorbeeld een HDTV formaat. Als je tussen alle voorinstellingen niet kunt vinden waarnaar je op zoek bent, is het tijd om in te schatten en testjes te doen. Is het bestand wat je wilt maken groter of kleiner dan bijvoorbeeld een A4? Maak je iets digitaals, dan kun je uitgaan van een standaard beeldschermformaat die Photoshop heeft en deze zelf kleiner of groter maken. Het is verstandig om hem eerder te groot dan te klein te maken, zodat mensen nog kunnen inzoomen. Maak je iets zoals een Facebook banner of een

icoontje voor een app, dan kun je deze standaardformaten altijd makkelijk opzoeken op het internet.

Heb je een perfect formaat gevonden die je graag vaker wil gebruiken, dan kan je heel makkelijk op het icoontje naast de naam van je bestand klikken.

Zo sla je alle instellingen van het bestand op en kun je het later makkelijk terugvinden in de opgeslagen formaten.


4. Achtergrondinhoud


Het woord zegt het al zelf: achtergrondinhoud. Wil je een zwarte achtergrond of een witte? Wil je zelf een achtergrondkleur kiezen, of heb je liever een transparante achtergrond? Het spreekt eigenlijk voor zich, maar ik heb wel een paar handige tips voor het bepalen van de achtergrondinhoud.

Zwart kan heel zwaar zijn voor je ogen. Ga daarom eerder voor een donkergrijze kleur die in de buurt komt. Wit is een standaardkleur waarmee je eigenlijk niet verkeerd kan gaan, maar het is ook belangrijk om te weten dat je makkelijk dingen over het hoofd kan zien als je op wit werkt. Als je een transparante achtergrond wilt, kan het handiger zijn om eerst een gekleurde achtergrond te kiezen zodat je alles beter kan zien. Verwijder daarna de achtergrond en sla je bestand op als een PNG. Door het op te slaan als PNG blijft je bestand transparant. Ik werk zelf het liefst op een grijze ondergrond, zodat ik zeker weet dat ik alles zie.


5. Tekengebieden


Wat is precies een tekengebied en waarom zou je dit aanvinken? Een tekengebied is eigenlijk een apart vlak in je Photoshop bestand. Je kunt er meerdere tegelijk maken en gebruiken. Tekengebieden gebruiken is niet moeilijk:

Vink tekengebieden aan terwijl je het bestand aanmaakt.

Selecteer je tekengebied in je lagen.

Pak de ‘tekengebied’ tool (onder de ‘verplaatsen’ tool).

Klik op de plusjes naast je tekengebied om een nieuwe aan te maken, of trek heel simpel zelf een tekengebied!

Kijk wel uit tijdens het exporteren van je bestand, omdat Photoshop automatisch alles samen in een bestand stopt. In plaats daarvan kun je beter met de rechtermuisknop klikken op het tekengebied dat je wilt opslaan en dan klikken op ‘exporteren als’ of op ‘snel exporteren als PNG’.


Wil je meer tips krijgen over Photoshop? Houd onze blog dan zeker in de gaten!


Geschreven door: Seher Akdag

FACEBOOK

INSTAGRAM

CONTACT

info@designdog.nl

 

Crown Business Center

Aeroparc

Ericssontraat 2

5121 ML Rijen